Th. Van Rijswijckplaats 7 - 2000 Antwerpen

03 203 44 00

Kleinhoefstraat 6 - 2440 Geel

014 63 95 70

Lid worden

Alle info over de Coronacrisis

Artikel

Re-integratietraject voor arbeidsongeschikte werknemers – medische overmacht

07 april 2021

Het re-integratietraject

De  reglementering betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers, wat de re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemers betreft, wil aan de hand van een re-integratietraject langdurig zieke werknemers begeleiden om terug aan het werk te gaan bij hun werkgever. De arbeidsarts krijgt hierbij een cruciale rol toebedeeld.

Met deze reglementering kan ook de werkgever het initiatief nemen om het re-integratietraject op te starten. Nieuw is ook de rol van de adviserend arts van het RIZIV. Hij of zij beoordeelt de mogelijke progressieve werkhervatting of de arbeidsongeschiktheid.

Daarnaast wordt de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten aangepast en zal het beëindigen van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht voortaan pas mogelijk zijn nadat het re-integratietraject doorlopen is en vaststaat dat er geen andere functie voorhanden is in het bedrijf en de werkpost niet kan aangepast worden.

Het is de bedoeling om de re-integratie te bevorderen van de werknemer die het overeengekomen werk niet kan uitoefenen en dit door hem tijdelijk of definitief een aangepast of ander werk te geven.

De begeleiding van de arbeidsongeschikte werknemer gebeurt aan de hand van een voorgeschreven re-integratietraject dat hoofdzakelijk uit twee stappen bestaat:

  1. de re-integratiebeoordeling door de arbeidsarts en
  2. het re-integratieplan, opgesteld door de werkgever.

Overeenkomstig met de Codex over het welzijn op het werk is het re-integratietraject niet van toepassing op wedertewerkstelling bij arbeidsongeval of beroepsziekte.

Echter volgens een advies van de FOD Werkgelegenheid beoogt de wet niet de werknemers die definitief arbeidsongeschikt zijn wegens arbeidsongeval of beroepsziekte uit te sluiten van het re-integratietraject. Wel heeft de wetgever de bedoeling gehad om een duidelijk onderscheid te maken tussen enerzijds het re-integratietraject in geval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval van gemeen recht en anderzijds de specifieke procedure van wedertewerkstelling in geval van arbeidsongeschiktheid wegens arbeidsongeval of beroepsziekte en voorzien door de desbetreffende reglementeringen.

De regeling en evaluatie van een blijvende arbeidsongeschiktheid omwille van een arbeidsongeval of beroepsziekte wordt beoordeeld in functie van de algemene arbeidsmarkt (en dus niet alleen in functie van het uitgeoefende beroep cfr. het re-integratietraject zoals hierboven besproken). Vandaar dat een werknemer die definitief arbeidsongeschikt wordt verklaard omwille van een arbeidsongeval of beroepsziekte wel nog steeds het re-integratietraject zoals hierboven besproken zal kunnen doorlopen waardoor een ontslag wegens medische overmacht wel mogelijk is.

Wie start het re-integratietraject op?

De arbeidsarts start het re-integratietraject op verzoek van:

  1. de werknemer tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid, of de behandelende arts mits toestemming van de werknemer;
  2. de adviserende arts van het RIZIV;
  3. de werkgever, ten vroegste vanaf 4 maanden arbeidsongeschiktheid of wanneer de werknemer hem een attest van definitieve ongeschiktheid van de behandelende arts overhandigt.

De preventieadviseur-arts brengt de werkgever op de hoogte zodra hij een re-integratieverzoek ontvangt en brengt de adviserend arts van het ziekenfonds op de hoogte wanneer hij een verzoek om een re-integratietraject van de werknemer of de werkgever ontvangt.

Re-integratiebeoordeling (max. 40 dagen na verzoek)

De arbeidsarts nodigt de werknemer uit en onderzoekt de arbeidscapaciteiten van de werknemer en gaat na of het afgesproken werk op termijn kan hernomen worden mits aanpassing van de werkpost.

Met de toestemming van de werknemer kan de arbeidsarts overleg plegen met de behandelende arts, met de adviserend arts, met andere preventieadviseurs of met alle andere personen die kunnen bijdragen tot het slagen van de re-integratie.

De arbeidsarts onderzoekt tevens de werkpost en de werkomgeving van de werknemer.

Op basis van al deze elementen (gesprek met de werknemer, overleg en onderzoek) maakt de arbeidsarts een verslag op (en voegt dit verslag bij het gezondheidsdossier van de werknemer) en neemt één van de volgende beslissingen (scenario’s) voor zijn re-integratiebeoordeling:

a) de werknemer kan op termijn het werk hervatten en kan in tussentijd een ander of aangepast werk uitvoeren;
b) de werknemer kan op termijn het werk hervatten maar kan in tussentijd niet werken;
c) de werknemer is definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten, maar is in staat om een aangepast of ander werk uit te voeren;
d) de werknemer is definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten en is niet in staat om enig ander of aangepast werk uit te voeren;
e) om medische redenen is het niet opportuun om een re-integratietraject op te starten.

Uiterlijk binnen een termijn van 40 dagen na ontvangst van het re-integratieverzoek maakt de arbeidsarts de re-integratiebeoordeling over aan de werkgever en de werknemer. Hij brengt eveneens de adviserend arts op de hoogte als hij geen aangepast werk voorstelt.

Beroep tegen de re-integratiebeoordeling

Wanneer de werknemer niet akkoord gaat met de beslissing van de arbeidsarts dat hij definitief ongeschikt is (scenario c) en d)), kan hij hiertegen in beroep gaan. De werknemer stuurt hiertoe binnen de 7 werkdagen na ontvangst van de re-integratiebeoordeling een aangetekend schrijven aan de bevoegde arts sociaal inspecteur van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn, en verwittigt ook zijn werkgever. Binnen een termijn van 31 dagen nemen de drie artsen (arts sociaal inspecteur, arbeidsarts en behandelende arts) een beslissing bij meerderheid. Indien zij het beroep van de werknemer verwerpen, dan moet de werkgever een re-integratieplan opstellen (scenario c) of kan hij op basis van medische overmacht (definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten en is niet in staat om enig ander of aangepast werk uit te voeren = scenario d) de arbeidsovereenkomst beëindigen, nadat evenwel de beroepsmogelijkheid van de werknemer is uitgeput.

Beëindiging van de arbeidsovereenkomst als gevolg van overmacht wegens definitieve ongeschiktheid wordt dus enkel mogelijk nadat het volledige re-integratietraject werd doorlopen, inclusief de beroepsprocedure.

Het nieuwe artikel 34 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten bepaalt uitdrukkelijk:

“de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval, waardoor het voor de werknemer definitief onmogelijk wordt om het overeengekomen werk te verrichten, kan slechts een einde maken aan de arbeidsovereenkomst wegens overmacht nadat het re-integratietraject van de werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen, vastgesteld krachtens de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, is beëindigd.

Dit artikel doet geen afbreuk aan het recht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen mits een opzeggingstermijn wordt nageleefd of een vergoeding wordt betaald overeenkomstig de bepalingen van deze wet.”

Tijdens een re-integratietraject kan de werknemer slechts één keer de beroepsprocedure aanwenden.

Re-integratieplan (max. 55 dagen of 12 maanden na ontvangst re-integratiebeoordeling)

De werkgever maakt in overleg met de werknemer, de arbeidsarts en eventueel met andere personen die kunnen bijdragen tot een geslaagde re-integratie een re-integratieplan op in volgende gevallen:

  • het gaat volgens de re-integratiebeoordeling om een tijdelijke ongeschiktheid (scenario a);
  • het gaat om een definitieve ongeschiktheid om het overeengekomen werk te hervatten, maar is in staat om aangepast of een ander werk uit te voeren (scenario c);
  • na het verstrijken van de termijn (7 werkdagen) voor het instellen van beroep door de werknemer tegen de beslissing volgens scenario c).

Het re-integratieplan beschrijft op een zo concreet en gedetailleerd mogelijk wijze één of meerdere van de volgende maatregelen:

  • omschrijving van de aanpassingen van de werkpost (bv. hijstoestel om het tillen te vergemakkelijken,…);
  • omschrijving van aangepast werk (bv. deeltijds arbeidsregime);
  • uurrooster;
  • werkvolume;
  • progressiviteit van deze maatregelen (bv. halftijds eerste 6 maand en daarna 4/5de);
  • omschrijving van het ander werk;
  • opleidingen om nieuwe competenties te verwerven;
  • geldigheidsduur van het re-integratieplan.

De werkgever bezorgt het re-integratieplan aan de werknemer:

  • binnen een termijn van maximum 55 werkdagen na ontvangst van de re-integratiebeoordeling wanneer het gaat om een tijdelijke ongeschiktheid (scenario a);
  • binnen een termijn van maximum 12 maanden na ontvangt van de re-integratiebeoordeling wanneer het gaat om een definitieve ongeschiktheid (scenario c).

De werkgever bezorgt een exemplaar van het re-integratieplan aan de werknemer en aan de arbeidsarts, en houdt het ter beschikking van het Toezicht op de Sociale Wetten.

De werknemer beschikt over een termijn van 5 werkdagen om al dan niet in te stemmen met het re-integratieplan. Indien de werknemer ermee kan instemmen ondertekent hij het re-integratieplan voor akkoord. Indien de werknemer niet akkoord gaat eindigt het re-integratietraject, maar zal hij moeten motiveren en de redenen van zijn weigering opgeven.

De werkgever moet geen re-integratieplan opstellen wanneer hij na overleg met de werknemer, de arbeidsarts en eventueel met andere personen meent dat dit technische of objectief onmogelijk is, of om gegronde redenen redelijkerwijze niet kan geëist worden. De werkgever moet deze beslissing in een verslag motiveren. Hij deelt dit verslag mee aan de werknemer en aan de arbeidsarts binnen de hierboven beschreven termijnen, en houdt het ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren.

Conclusie

De re-integratieprocedure is geen verplichting en dus geheel vrijblijvend. Maar het re-integratietraject zal wel moeten opgestart en volledig moeten doorlopen worden, met inbegrip van de beroepsmogelijkheid voor de werknemer, indien de werkgever de arbeidsovereenkomst wil beëindigen wegens medische overmacht. De finale beoordeling of er al dan niet sprake is van medische overmacht zal gebeuren op basis van een beslissing bij meerderheid door drie artsen.

De nieuwe reglementering laat toe dat de werkgever nu zelf het initiatief kan nemen om de onzekerheid omtrent de medische situatie van een ongeschikte werknemer op te heffen.

MEER VRAGEN OVER DIT ONDERWERP?


Ellen Keteleer
Juridisch adviseur sociaal recht
03 203 44 04
ellen.keteleer@confederatiebouw.be

Dialog

Tekst

Ok Annuleer