Th. Van Rijswijckplaats 7 - 2000 Antwerpen

03 203 44 00

Kleinhoefstraat 6 - 2440 Geel

014 63 95 70

Lid worden

Alle info over de Coronacrisis

Informatiesessie

Werken bij koud weer

09 februari 2021

Tijdens de winterperiode krijgen de werknemers op de werf vaak te maken met overmatige koude, wind, regen, vorst en sneeuw. Werken in die omstandigheden brengt gezondheids- en veiligheidsrisico’s met zich mee. Er moeten dan ook aangepaste preventiemaatregelen ingevoerd worden.

Zo kan de koude voor problemen als verkoudheden en griep, bevriezing en vrieswonden of onderkoeling zorgen. En is er een verhoogd risico op ongevallen door bijvoorbeeld:

– uitglijden en vallen op een gladde ondergrond;
– gebrek aan handvaardigheid en gevoel en dus verlies van controle over een machine;
– verminderde aandacht door gebrek aan zichtbaarheid.

Nergens staat bepaald dat er niet meer mag gewerkt worden onder een bepaalde buitentemperatuur. De werkgever moet dus in eerste instantie bepalen bij welke temperatuur hij zijn werknemers nog bepaalde activiteiten wil laten uitvoeren en vervolgens welke meest geschikte beschermingsuitrusting hij ter beschikking stelt. Het stopzetten van werkzaamheden bij lage temperatuur kan echter ook ingegeven worden door technische omstandigheden (bv. schilderwerken).

Open lucht

Voor het werk in open werklokalen of in open lucht gelden er geen minimumtemperaturen. Wel moeten er tussen 1 november en 31 maart voldoende verwarmingstoestellen voorzien worden door de werkgever. Zodra het kouder wordt dan 5°C of als de weersomstandigheden het vereisen, moeten deze toestellen ook effectief in werking gesteld worden.

Gesloten ruimten

Voor gesloten ruimten waar doorlopend mensen aan het werk zijn, worden de minimumtemperaturen wettelijk bepaald afhankelijk van het soort werk dat uw werknemers uitvoeren:

De luchttemperatuur mag niet lager zijn dan:

a) 18° C voor zeer licht werk;
b) 16° C voor licht werk;
c) 14° C voor halfzwaar werk;
d) 12° C voor zwaar werk;
e) 10° C voor zeer zwaar werk.

Preventiemaatregelen

Bij koude temperaturen dient de werkgever, eventueel in samenspraak met de arbeidsgeneesheer, de nodige maatregelen te nemen om de daaruit voortvloeiende risico’s te voorkomen of tot een minimum te beperken.

1. Technische en organisatorische maatregelen

Het verlagen van de fysieke werkbelasting door aanpassing van de arbeidsmiddelen of van de werkmethodes; alternatieve werkmethoden die de noodzaak van blootstelling aan overmatige koude verminderen; de beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling; … .
Beschikken over sociale voorzieningen; zo moeten de lokalen o.a. verwarmd zijn tot 20°C (22 °C voor douches), technische middelen om beschermingskledij na gebruik te drogen, aangepaste kunstmatige verlichting indien het natuurlijk licht onvoldoende is, veilige toegangen om uitglijden en natte voeten te vermijden, veiligheid bij gebruik van verwarmingstoestellen, … .

2. Aangepaste drank en voeding

De werkgever moet overgaan tot gratis verdeling van warme dranken aan de arbeid(st)ers zodra de buitentemperatuur lager ligt dan 5°C. De refters moeten tevens voorzien zijn met een opwarmtoestel voor eten en drinken.

3. Aangepaste werkkleding

Zorg voor aangepaste beschermende kleding voor werknemers die buiten werken in regen of extreme koude. Het gaat dan om isolerende, water- en winddichte, maar ademende kledij, zodat vocht en transpiratie afgevoerd kunnen worden. Er bestaan ontwerpnormen voor kleding die beschermt tegen temperaturen lager dan -5 °C en voor kleding die beschermt tegen slecht weer, wind en tegen een koude omgeving boven -5°C.

Vergeet ook niet de handen (handschoenen), de voeten (gevoerd, waterdicht en antislipzolen) en het hoofd (warme binnenvoering en oorwarmers in de helm) te beschermen.

Inroepen van tijdelijke werkloosheid wegens weerverlet

Voor tijdelijke werkloosheid ten gevolge van de Coronacrisis geldt momenteel de vereenvoudigde procedure. Echter wanneer u uw werknemers tijdelijk werkloos wil stellen omwille van slecht weer, moet de bestaande procedure voor tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer gevolgd worden.

In de ‐ relatief zeldzame ‐ gevallen waar de arbeid duidelijk niet kan worden verricht wegens de koude (wat in dat geval als “slecht weer” wordt beschouwd), kan de onderneming haar werknemers tijdelijk werkloos stellen onder de voorwaarden en modaliteiten vastgesteld in de betrokken reglementering. De werkgever is in dat geval verplicht om de RVA te verwittigen wanneer hij tijdelijke werkloosheid wegens weerverlet invoert.

Volgens de RVA kan tijdelijke werkloosheid worden ingevoerd als het om weersomstandigheden gaat die werken in menselijke omstandigheden onmogelijk maken of waardoor grondstoffen of bedrijfsmiddelen onbruikbaar worden. Het basisprincipe is dus dat de koude de uitvoering van de werken onmogelijk moet maken.

Dat het werk lastiger wordt of in fysisch moeilijkere omstandigheden moet worden uitgevoerd, is geen voldoende reden voor het inroepen van tijdelijke werkloosheid.

De koude moet dus een uitzonderlijk karakter hebben waarbij de werkgever moet aantonen dat, niettegenstaande de maatregelen die hij nam, het werken in menselijke omstandigheden onmogelijk is. Het is dus van belang de reden waarom de koude het werken onmogelijk maakt voldoende te motiveren in de mededeling van de 1ste dag tijdelijke werkloosheid aan het bevoegde werkloosheidsbureau.

De mededeling van de werkloosheid wegens weerverlet moet gebeuren ofwel de eerste dag van effectieve werkloosheid, ofwel de eerstvolgende werkdag, ofwel – indien er zekerheid is – de werkdag die voorafgaat aan de eerste dag van effectieve werkloosheid tijdens de betrokken maand.

De mededeling moet elektronisch verstuurd worden naar het werkloosheidsbureau van de RVA van de plaats waar de onderneming gevestigd is. De werkgever moet de volgende gegevens in de mededeling aan de RVA vermelden:

1. de naam, het adres en het ondernemingsnummer van de werkgever of de onderneming;
2. de naam, de voornaam, het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werkloos gestelde werknemer;
3. de 1ste dag waarop de arbeidsovereenkomst in de beschouwde maand geschorst wordt wegens het slechte weer;
4. het volledig adres van de plaats waar de werkloos gestelde werkman die dag normaal zou gewerkt hebben;
5. de aard van het slechte weer op dat ogenblik;
6. de aard van het op dat ogenblik in uitvoering zijnde werk;
7. de reden waarom de uitvoering van het werk onmogelijk is, gezien de aard van het slechte weer en van het werk dat moet uitgevoerd worden.

Deze twee laatste punten moeten voldoende nauwkeurig omschreven worden, zodat de RVA kan uitmaken of de ingeroepen weersomstandigheden effectief de uitvoering van het werk onmogelijk maken.

Wanneer éénzelfde periode van tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer zich echter uitstrekt over twee kalendermaanden, moet de tijdelijke werkloosheid opnieuw voor de nieuwe maand aan de RVA gemeld worden.

Bronnen
• Codex over het welzijn op het werk, boek V, titel I
• CAO van 10 maart 2016 betreffende de humanisering van de arbeid
• KB 4 juni 2012 betreffende de thermische omgevingsfactoren
• RVA-reglementering

MEER VRAGEN OVER DIT ONDERWERP?


Ellen Keteleer
Juridisch adviseur sociaal recht
03 203 44 04
Ellen.keteleer@confederatiebouw.be

Dialog

Tekst

Ok Annuleer